Praten of stil zijn Praten of stil zijn

Uit de taakgroep eredienst: Praten of stilzijn.
Wie wel eens een rooms-katholieke dienst bezoekt of naar een klooster gaat, merkt dat de mensen vaak zwijgend in de banken zitten of fluisterend met elkaar praten.

Wie in een protestantse dienst terecht komt, hoort dat vaak al van verre aan het luide gepraat. Ik heb een organist gekend die een afgrondelijke hekel had aan het ‘gekakel’ door zijn orgelspel heen. Hij kon foeteren op het kippenhok dat de kerk geworden was, naar zijn idee.

Zelf probeer ik hierin een middenweg te bewandelen. Ik ben gevoelig voor symboliek, en voor stilte. Ik hou ervan om stil in een kerk te zitten en de ruimte op me in te laten werken. Sommige mensen komen vroeg naar de Open Haven toe en zullen hetzelfde even ervaren. Maar ook de onderlinge gemeenschap kan belangrijk zijn. Dat je even je buurman of buurvrouw groet of soms even vraagt hoe het met hem of haar gaat.

In onze kerkdiensten maken we dan een paar minuten voor aanvang een overgang. Ik kom met de dienstdoende ambtsdragers naar binnen en dat is een teken voor de organist om te gaan spelen. Er verschijnt een dia met een variërende tekst en de laatste tijd met een klokje dat een paar minuten voor half tien aanwijst. Ik probeer met deze variaties te verrassen en te verleiden tot verstilling. Het is een teken om de gesprekken te staken en je voor te bereiden. Ik ervaar dat als kostbare minuten. Terwijl het orgel speelt, laat je je gedachten maar wat gaan. Je kijkt rond en je ziet de laatste mensen nog binnenkomen. Soms is er een kort gebed, met of zonder woorden. En je kunt luisteren naar het preludium dat de organist heeft voorbereid. Vaak is het al een opmaat naar thema’s of lezingen die in de dienst naar voren komen.

Het orgelspel aan het begin is geen startsein om nog harder te gaan praten. Door te luisteren en te verstillen kun je verlokt worden om het geheim van God in je toe te laten.

Eeuwout Klootwijk

terug