Verbeeldingen Verbeeldingen
Bij de verbeelding van de Gekruisigde

Jezus hangt aan het kruis.
Het is alsof jijzelf vlak achter het kruis staat.
Het kruis staat hoog opgericht.
Tegen een donker paarse achtergrond.
Je ziet Jezus op de rug, de striemen lichten rood op.
Zijn armen, lang genoeg om te omarmen,
vallen weg langs de dwarsbalk van het kruis.
Onder de linkerarm, nauwelijks zichtbaar, een sterretje.
Voorbode en belofte van de opgaande zon met Pasen.

De dwarsbalk loopt aan de rechterkant het beeld uit.
Het verhaal gaat door.
Nog net zichtbaar is het hoofd van de gekruisigde,
licht gebogen, met de rode doornenkroon.
Rood vanwege het onschuldig vergoten bloed.
Een klein bordje boven zijn hoofd.
Geen letters zichtbaar.
Het Bijbelverhaal vertelt dat hier staat:
‘Dit is Jezus, koning van de Joden’.

Links van Jezus zien we vier mensen.
Drie vrouwen en een man. Zonder gezichten. Je zou het zelf kunnen zijn.
Volgens de evangelist Johannes stonden drie vrouwen bij het kruis:
Maria, de moeder van Jezus, Maria uit Magdala, en Maria, de vrouw van Klopas.
De drie Maria’s.
En Simon van Cyrene, die Jezus’ kruis moest dragen.
De voorste vrouw lijkt op de Maria die eerder te zien was in de Stiltekapel,
bij de geboorte van Jezus.
Het is alsof zij nog haar kind wiegt, maar haar armen zijn leeg.
Haar zoon hangt aan het kruis.
Het rood van zijn striemen wordt weerspiegeld door haar rode omslagdoek of kap.
Rood dat de rode striemen en de rode wijn weerspiegelt.
Zij wordt vastgehouden door een vrouw achter haar.
Deze steunt haar in haar verdriet.

Rechts in het veld staan drie schapen.
Die stonden ook bij de stal, bij de geboorte.
Nu zijn zij de stille getuigen van de kruisiging.

Op een doek onderaan het kruis liggen een omgevallen kruik,
een omgevallen beker met wijn en een brood dat aangebroken is.
In de stal stonden deze beker en kan bij de deurpost.
Het is een verwijzing naar het laatste avondmaal,
een joodse pesachmaaltijd die Jezus met zijn leven heeft verbonden.

Het kruis is een bezinning op het lijden.
Het lijden van Jezus, het lijden van mensen wereldwijd, het lijden van onze aarde.
Daarom loopt de dwarsbalk door.
Hoe raakt deze verbeelding jou?
Waar word jij door getroffen?




Bij de verbeelding van de Opgestane

Jezus staat rechtop, de armen gespreid,
als in een kruisvorm.
Zijn armen zijn lang genoeg om te omarmen, te zegenen.
Hij is in het wit gekleed,
wit, de kleur van het feest, de opstanding, nieuw perspectief.
Het is alsof jijzelf vlak achter Jezus staat
en je met hem mee kijkt.
Zijn rechterarm en hand vallen buiten beeld.
Het verhaal gaat door.

De witte doek waarin zijn lichaam gewikkeld was,
ligt opgerold.
Aan de zijde van Jezus’ linkerhand zie je drie figuren.
Twee vrouwen en een man.
Zonder gezichten, je zou het zelf kunnen zijn.
De evangelieschrijvers vertellen over verschillende Maria’s bij het geopende graf.
En over Jozef van Arimatea, een leerling van Jezus, van wie het graf was.
Jozef beantwoordt de zegening en begroeting door zijn rechterhand half op te richten.
Alsof hij en de twee vrouwen het nog niet geloven kunnen:
dat er licht is, dat de dageraad is aangebroken, dat de zon opgaat.
De zon die boven de groene heuvels zichtbaar aan het worden is.

Twee schapen staan in het veld.
Je bent ze eerder tegengekomen.
In het veld, bij de geboorte, bij de stal.
En bij het kruis van Jezus.
Telkens zijn zij de stille getuigen van de weg van Jezus.
Jezus wordt soms zelf het lam van God genoemd.
Weerloos, kwetsbaar, en daardoor krachtig.

Bij de stenen van het graf, aan de rechterzijde, staat er een kruik en ligt er een brood.
Verwijzing naar het avondmaal, heenwijzing naar het lichaam van Jezus
dat gebroken wordt om mensen het leven te geven.
Dezelfde kruik en het brood is meegereisd,
van de stal naar het kruis.
Daar lagen kruik en beker omgevallen en was het brood gebroken.
Hier staat de kruik recht overeind, net als Jezus.
Er kan uit geschonken worden,
er kan samen worden gedeeld,
brood kan rond gedeeld worden.

Teken van een nieuwe leefgemeenschap
en van nieuwe perspectieven.

Hoe raakt deze verbeelding jou?
Waar word jij door getroffen?
Hoe zou jij aangeraakt willen worden door deze armen die lang genoeg zijn om te omarmen?
 
terug