Gemeentebrief ds. Eeuwout Klootwijk Gemeentebrief ds. Eeuwout Klootwijk


Kloosterweekend bij de norbertijnen
Het laatste weekend van september gingen we met 8 personen naar Abdij Berne in Heeswijk, een klooster van de norbertijnen. Onze groep bestond uit Tini Goedhart, Joop en Irene Hoogwerf, Jopie Poppe, Marti Don, Mattie Meerman, Ria Klap en ikzelf. Toen we aankwamen waren de broeders gevlogen: ze hadden juist die dag een retraitedag. Alleen broeder Titus (begin negentig jaar) was bij de maaltijd en de vesper aanwezig. Er waren echter voldoende gasten en mensen van buiten die deze dienst mee konden zingen en bidden. Broeder Titus vertelde bij de maaltijd dat hij 60 jaar geleden in het klooster intrad. De teksten uit het boek Handelingen over het gemeenschappelijk leven van de eerste volgelingen van Jezus sprak hem toen en nog steeds aan.

Op zaterdagmorgen waren de broeders er weer. Na de vroege morgendienst (metten en lauden) liepen we een spirituele wandeling in stilte. Ik had die uitgezet, omdat de tuin zich ervoor leende. We begonnen onze weg bij de poort en stonden stil bij de zonnewijzer. Daar mediteerden we over  kloktijd en innerlijke tijd. Bij een boom met herfstkleuren riep ik de vraag op wat voor menstype ieder van ons was: een zomer of een herfsttype, een winter en of een lentetype. Of loopt dit gewoon  in de verschillende perioden door elkaar heen? Hoe ga je om met de seizoenen in je leven? Bij de hopplant vroeg ik naar het bittere in ons leven, en bij de bijenkasten naar het zoete. Op een pad met overal struiken en bomen was er een opening naar boven, met zicht op de hemel. Wat trekt je uit je dagelijkse beslommeringen, wat opent en geeft perspectief? We eindigden in de kerk, waar een zelfgemaakt doek hing met tal van schapen, zwarte, witte en bontgekleurde. Met daarbij de tekst: ‘Plek voor iedereen’. We besloten de wandeling met het zingen – in een kring – van het ‘Laudate omnes gentes’.

Broeder Theo leidde ons rond in het klooster en vertelde tal van verhalen. Toen het gesprek kwam op het mooie doorzichtige kruis boven het altaar in de kerk, zei hij dat hij dat kruis foeilelijk vond met een Jezus die er uit zag als een japanner in een kimono. Hij zei het met een glimlach en een ontspannenheid, maar gaf wel telkens duidelijk zijn mening. Toen hij in de kapittelzaal zag dat er blijkbaar gedoopt werd, vond hij dat maar niets. Dopen hoort thuis in de gemeente of parochie, niet in een klooster. Een bijna protestantse gedachte.

Broeder Piet zou op zaterdagavond een gesprek met ons hebben. Op zoek naar hem, sprak ik een broeder in de kerk aan: ‘Bent u broeder Piet?’ ‘Nee, ik heet Kees’. Broeder Piet zou ons die avond anderhalf uur meenemen op zijn reis door het leven. Ook hij was al zestig jaar verbonden aan het klooster, maar had tal van activiteiten daarbuiten gehad. Hij had les gegeven, met studenten gewerkt, ook internationaal, had onderzoek gedaan. ‘Hoe kun je dit leven in het klooster dag in dag uit uithouden?’ als vraag kreeg door al die bezigheden een inkleuring en antwoord. Hij had een rijk leven gehad.

Hij vertelde hoe hij lang geleden geboeid raakte door het kloosterleven door een tante in de missie, tante Soeur (ofwel: tante Zus). Het gesprek ging van het ene naar het andere onderwerp. Zoals over de betekenis van Maria voor protestanten en rooms-katholieken, over hoe je broeder wordt, over de rol van de kerken nu. Nog steeds was hij bezield door het ideaal van gezamenlijk leven en de navolging van Jezus. En hij had humor. De abt had in zijn korte preek bij de eucharistieviering verteld over engelen, het was namelijk het feest van de engelen. ‘Ik ben niet zo engelachtig’, vertelde broeder Piet. ‘Wist je dat de abt wel meer dan honderd engelen heeft?’ Hij doelde op beeldjes van engelen. Zoiets verwacht je niet en het maakte duidelijk dat de broeders gewone mensen zijn met hun aardigheden en eigenaardigheden, met wel een ongewone invulling van hun roeping. Niet iedereen treedt in een klooster in en kan dit volhouden.

Voor ons als  groep was het twee dagen mee gaan op het ritme van de getijden. Meedoen met het kloosterritme. Gesprekken met elkaar. Wandelingen maken. De eucharistie vieren. Stilte beleven. Lachen met elkaar. ‘Je ziet er goed uut’, zei een van ons tot de 90-jarige broeder Titus, tot grote hilariteit. Ook de contacten met gastvrouw Heini waren bijzonder. Laat zij nu uit de Protestantse gemeente Koudekerke komen! Vol van indrukken en inspiratie reden we weer terug. De A-58 bleek voor een deel afgesloten. Het gewone leven begon weer.

Eeuwout Klootwijk

terug