Bidden: het meest intieme gesprek ‘Jij zoekt mij’ Bidden: het meest intieme gesprek ‘Jij zoekt mij’
Bidden: het meest intieme gesprek
Jij zoekt mij’ (Lied 857)

In het Liedboek staat een prachtig lied en gebed van de Duitse schrijver en filosoof Schalom Ben-Chorin (Hebreeuws voor: ‘Vrede, zoon van de vrijheid’). Hij heette eigenlijk Fritz Rosenthal.. Vanwege het nazisme in Duitsland emigreerde hij in 1935 naar Palestina. Zijn Joodse naam betekent (net als Fritz, Friedrich) ‘vrede’ en ‘zoon van de vrijheid’. Hij was een leerling van de Joodse filosoof Martin Buber. Vanaf de jaren zestig zette hij zich in voor de joods-christelijke dialoog en de verzoening tussen Israëli’s en Duitsers. Zijn lied ‘Jij zoekt mij’ (857) is vertaald en bewerkt door Andries Govaart.

Jij zoekt mij: mens waar ben je?
Ik vlucht en schuil bij jou,
de bron waarin ik uitmond,
verlaat mij, blijf mij trouw.

Ik draai en keer me van je,
ik ga, kom bij je uit.
Jij wacht me in de verte,
ik weet je onderhuids.


Jij, als ik kom of wegga
en als ik hier blijf, jij.
Mijn rechter en mijn pleiter
ben jij, ja, altijd jij.

Het is een lied over de zoektocht naar God, die tegelijk een verzet tegen God, een vluchten, lijkt te zijn.
Er is een verwijzing naar de allereerste vraag uit de Bijbel: ‘Waar ben je?’ (Genesis 3:9)
In dit eerste couplet klinkt een ander gedicht door, van een Spaans-joodse dichter en filosoof uit de elfde eeuw, Salomo Ibn Gabirol. Een gebed dat weer terugkomt in de joodse gebedenboeken voor Jom Kipoer, Grote Verzoendag.

‘Als U slaat – ik hoop op U
als U naar mijn schuld vraagt – vlucht ik weg van U náár U
en ik verberg mij voor uw toorn in uw schaduw.’

Ook klinken er regels van Psalm 139 in door:

‘Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – U tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – U bent daar.’

Het valt op dat de woorden ‘jij’ en ‘ik’ telkens terug keren. Dat doet denken aan het beroemde boek van Martin Buber, Ich und Du. Het gebed wordt zo een heel intiem gesprek tussen God en mens, een dialoog.

Het laatste couplet herinnert aan een joods morgengebed, dat aan de chassidische rabbi Levi Yitzchak wordt toegeschreven:

‘Wo ich gehe – DU,
wo ich stehe – DU,
ergeht’s mir gut – DU,
ergeht’s mir schlecht – DU
… immer DU, überall DU, DU, DU, DU.’

Wat ik hier mooi aan vind, is het verlangen naar God, het zoeken en dan weer een eigen weg willen gaan, en dan toch weer terugkeren, het niet los kunnen komen van God.
Het is een intiem liefdesgedicht. Ik lees er het gegrepen en aangeraakt zijn door God in.

Het inspireert mij tot dit eigen gebed.

Jij, verborgene
Jij, die mij aanspreekt
Ik zoek je
Ik verlang naar je

Jij, onuitsprekelijke,
hoe kan ik je noemen
alle namen schieten te kort
Je noemt me bij mijn naam

Jij, bron van alle leven
Jij, hartstocht voor gerechtigheid
Alles is met alles verbonden
Jij zet me in beweging

Ik raak niet los van jou
Jij

Eeuwout Klootwijk


 
terug