Bezinning Bezinning

Gemeentebrief: 25 jaar predikant

Beginnen met Amos in Nijmegen
Op 13 juni is het 25 jaar geleden dat ik in de Stevenskerk in Nijmegen werd bevestigd door diaconaal predikant Paul Oosterhoff, met een zending van de bisschop van Breda. Dat kwam omdat ik ging werken bij de toenmalige oecumenische Stichting DISK-Nijmegen en me ging bezig houden met arbeidspastoraat. Dat hield vooral in dat ik contacten onderhield met organisaties van arbeidsongeschikten/uitkeringsgerechtigden en werklozen/anders-actieven. Zo ging ik een keer voor in een kerstviering in de grote hobbywerkplaats met honderden aanwezigen. En liep ik stage bij de sociale dienst in Nijmegen. Ik ging voor in rooms-katholieke parochies (dat kon toen nog onbekommerd) en in Samen-op-Weg diensten. Tijdens mijn bevestigingsdienst had ik een beeldverhaal met indringende tekeningen van Kees de Kort (van de Kijkbijbel) bij de profeet Amos. Het was nog wat gehannes met een diaprojector, maar de toon was gezet.
Ik heb in die tijd veel geleerd. Ik kwam in aanraking met een wereld die ik niet kende, een wereld van sociale organisaties, werknemers- en werkgeversorganisaties, bedrijven. Ik kwam uit een universitaire wereld, was toen pas gepromoveerd op de interreligieuze dialoog en was daarvoor enkele malen afgereisd naar India. Ook dat heeft me gevormd: ik verdiepte me steeds meer in de wortels van het christelijk geloof in het besef dat de christelijke waarheid niet de enige weg is.

Kloosterspiritualiteit in Goes
Tweede helft negentiger jaren ging ik samen met mijn toenmalige partner naar Goes. Eerst als predikant van de hervormde gemeente Rondom de Hoogte, later van de Samen-op-Weg gemeente en weer later van de Protestantse gemeente Goes, met de Oosterkerk (nu: Vredeskerk) als thuisbasis. Ik ben daar lang geweest en heb daar een hele ontwikkeling doorgemaakt, professioneel, spiritueel en privé. Was ik eerst veel met mijn hoofd bezig, gaandeweg werd ik in mijn hart geraakt. Vastgelopen werd ik losgetrokken. Ik begon met te verdiepen in atheïsme, omdat ik die vragen bij mijzelf tegen kwam. En bij anderen in de gemeente. Bestaat God, en hoe dan? Kun je nog vooruit met traditionele geloofsvoorstellingen? Daar kwam een andere lijn naast. Die van de kloosters en van de geestelijke weg. Ik begon kloosterbezoeken te organiseren. Eerst uit nieuwsgierigheid en interesse. Ik kwam er al snel achter dat dit mij zelf zeer raakte. De stilte, de verdieping, de soms rebelse kloostermentaliteit, de zoektocht naar God, de ruimte. Weer kwam ik op het spoor van Taizé (ik was er in mijn studententijd geweest) en ging er met jongerengroepen naar toe, protestants en rooms-katholiek. De spiritualiteit van Taizé (en de kloosters) heeft me behouden voor het ambt. En me misschien wel sowieso gered. De weg van vertrouwen gaan, het uithouden in de stiltes, het meditatief zingen, de weg naar binnen, de gesprekken en ontmoetingen. Ontdekken dat het geloof mystiek is, voorbij gaat aan het verstandelijke (zonder je verstand uit te schakelen).

Bijbel en kunst
Ik raakte op het spoor van Bijbel en kunst, en begon te ontdekken dat religie en kunst aan elkaar verwant zijn. Het stelt vragen aan je, het kan je soms boven jezelf uittillen, je wordt uitgenodigd je eigen weg daarin te zoeken, je krijgt verrassende perspectieven. Geloven is vooral een kwestie van zien, van anders zien, net als beeldende kunst, begon ik te ervaren. Enkele keren werkte ik samen met een kunstenares en kwam daar een publicatie uit: met Marja de Lange en Jopie Minnaard. Ik schreef wel meer boeken in die tijd: over de Joodse Jezus en over liefde en seksualiteit in bijbelse en buitenbijbelse verhalen. De christelijke geloofsweg is geaard in de Joodse traditie en heeft alles met lijfelijkheid en lichamelijkheid te maken. Ik werd steeds gevoeliger voor symboliek, voor wat je kunt zien, horen, voelen en ruiken: kaarsen, kleuren, muziek, stiltes.

De geestelijke weg
Aan het einde van de Goese periode volgde ik een opleiding die me meer dan andere gevormd heeft: de opleiding geestelijke begeleiding, met colleges aan het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen
(van de karmelieten) en cursusdagen op het seminarie Hydepark. Tijdens deze drie jaar moest ik tal van werkstukken schrijven over de weg die God met mensen en mijzelf gaat. Ik begon mijzelf ook door persoonlijke omstandigheden dieper dan ooit te kennen. En liet ruimte aan God. Of God brak door mijn barrières heen, zo kun je het ook zeggen. Ik begon te zien dat de geestelijke weg alles te maken heeft met je gewone dagelijkse leven.

Pendelen tussen Souburg en Utrecht
En toen kwam Souburg op mijn weg. En tegelijkertijd het Protestants Dienstencentrum in Utrecht (Kerk en Israël, joods-christelijke relaties). Ik leerde de uitdaging en charme van zowel een dorp als de stad kennen en pendel tot op heden heen en weer tussen deze werelden. Ik ervaar het telkens weer als bijzonder om even met mensen en hun levensverhalen op te lopen en dat zo mogelijk te verbinden met bijbelse verhalen. Pendelen tussen het bijbelse verhaal en het levensverhaal.
Bij dat pendelen kwam een nieuwe relatie en zelfs een huwelijk met Jorine: ook een pendelbeweging op de vleugels van de Geest. Ik ben gaan houden van de mensen op Souburg (en soms heb ik het idee dat dat wederzijds is). Ik vind het stimulerend om in kerkdiensten met oude en traditionele elementen telkens nieuwe schikkingen te maken. Met hedendaagse woorden oude verhalen te vertellen.

En verder?
Waarheen mijn/onze weg gaat? Geen idee. Terugkijkend kun je een verhaal maken, maar zo overzichtelijk was en is het uiteraard niet. Het leven is een aaneenschakeling van fragmenten, brokstukken en puzzelstukjes die soms even een eenheid vormen. Ik herken wie ik was en soms verbaas ik me erover. Ik sta open voor de toekomst en ben vooral blij met het heden.

Eeuwout Klootwijk

terug